?

De afpoeierbrief van de officier: knip- en plakwerk

BP2.jpg
Als wij bij de officier tegen een opgelegde boete in beroep gaan voeren we redenen aan waarom een boete moet worden vernietigd. Deze redenen worden ook wel ‘gronden’ genoemd. Het kan hierbij bijvoorbeeld gaan om een ontkenning van de overtreding of een betwisting van de bevoegdheid van de verbalisant. Als het beroep niet slaagt is de officier van justitie volgens de wet verplicht om goed te motiveren waarom de aangevoerde gronden geen doel treffen. Dit betekent dat de officier inzichtelijk moet maken waarom de gronden van het beroep dus géén reden vormen om de boete te vernietigen. De plicht om goed te motiveren wordt ook wel het motiveringsbeginsel genoemd.

In de praktijk zien wij vaak standaard ‘afpoeierbrieven’ van de officier. De officier heeft naar onze schatting meer dan honderd standaardmotiveringen en zijn medewerkers zijn een soort turbo knip- en plakkers. Door deze standaardmotiveringen hebben wij vaak te maken met onjuiste of gebrekkige motiveringen. Is dit nu niet in strijd met het motiveringsbeginsel? Daar gaat deze blog over.

De Algemene wet bestuursrecht
Volgens de wet is de officier van justitie verplicht om de beslissing op het beroep ‘deugdelijk te motiveren’. Om precies te zijn staat dat in artikel 7:26 van de Algemene wet bestuursrecht. Maar wanneer is een beslissing nu ‘deugdelijk gemotiveerd’? Een deugdelijke motivering brengt niet mee dat in het geval niet uitgebreid en expliciet op de argumenten van de betrokkene wordt ingegaan, sprake is van een schending van het motiveringsbeginsel.1

Voor een mogelijke schending moet worden gekeken naar de omstandigheden van het geval. Uiteindelijk is het oordeel aan de rechter. Om dus enigszins inzicht in te geven in hoe de rechter daar naar kijkt is het zaak om te kijken wat rechters (recent) over dit onderwerp hebben gezegd.

Uitspraken van de rechter

Uitspraak 1
In een uitspraak van 25 februari 20132 ging het om een boete die is opgelegd voor het niet stoppen voor rood licht. De boeterijder was het niet eens met de overtreding en een gemachtigde ging in beroep waarna de officier het volgende standaardantwoord gaf:

“U voert argumenten aan waarom u vindt dat u ten onrechte bent bekeurd. De officier van justitie heeft een afweging gemaakt tussen de door u genoemde argumenten en de constatering van de verbalisant. De door u genoemde argumenten geven de officier van justitie onvoldoende aanleiding om de beschikking te vernietigen of het sanctiebedrag te verlagen. Alles overwegende verklaart de officier van justitie het beroep ongegrond.”

Volgens de rechter maakt de officier met deze motivering niet inzichtelijk waarom de aangevoerde grond in beroep geen succes heeft. De motivering voldoet daarom niet aan de eisen. Het is geen ‘deugdelijke motivering’, aldus de rechter.

Uitspraak 2
Een ander voorbeeld van een ‘ondeugdelijk motivering’ kan gevonden worden in een uitspraak van de rechter op 3 december 20153:

"Hetgeen u aanvoert geeft geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de ambtsedige verklaring van de verbalisant. Aan de wettelijke vereisten is voldaan, onder meer dat de apparatuur is geijkt. Daarmee staat voor de officier van justitie vast dat met het voertuig te snel is gereden. Evenmin is gebleken van andere (persoonlijke) omstandigheden op grond waarvan de sanctie zou moeten worden gematigd of vernietigd."

Ook hier heeft de officier hoogstwaarschijnlijk weer een blik met standaard motiveringen opengetrokken. Gelukkig maakt de rechter van het Hof korte metten met de motivering. De rechter vindt namelijk dat uit de motivering in geen enkel opzicht blijkt dat door de gemachtigde aangedragen gronden voor het beroep in de beslissing zijn betrokken.

Uitspraak 3
In een zaak van 9 februari 2016 was eveneens geen sprake van een ‘deugdelijke motivering’ van de officier.4 De gemachtigde van de beboete persoon voerde argumenten aan waar de officier helemaal niet op inging. Sterker nog, de officier ging in zijn motivering in op iets wat totaal niet relevant voor de zaak was. De rechter van het Hof zegt dat de motivering van de officier zo algemeen is, dat deze geen recht doet aan het verweer dat is gevoerd. De te algemene motivering vormt geen adequate reactie op het verweer. De belangen van de beboete persoon zijn daarom geschaad.

Uitspraak 4
Het is niet alleen belangrijk dat de officier de gronden in de motivering van zijn beslissing betrekt, maar ook dat de motivering juist is. In een zaak van 21 september 2015 ging het om snelheidsovertreding.5 De beboete persoon voerde aan dat een verkeersbord waarop de maximumsnelheid te zien was ontbrak. De officier ging niet mee met dit verweer en motiveerde dit als volgt:

"U hebt beroep ingesteld tegen de opgelegde sanctie. U stelt dat u niet op de hoogte was van de aldaar geldende maximum snelheid. Op basis van de bebording wordt u geacht op de hoogte te zijn van de geldende maximumsnelheid. Tevens is het de officier van justitie bekend dat de politie voor aanvang van elke snelheidscontrole de bebording controleert."

De grond van het beroep wordt door de officier verkeerd begrepen. De officier interpreteert de grond van het beroep als dat de beboete persoon niet op de hoogte zou zijn van de maximumsnelheid. Dat is onjuist, want de persoon voert namelijk zoals gezegd aan dat er geen verkeersbord zichtbaar was, en niet dat hij niet op de hoogte zou zijn van de maximumsnelheid.

De hoogste rechter in boetezaken accepteert géén knip- en plakwerk
De besproken rechtszaken illustreren dat de rechters van het Hof geen standaard knip- en plakwerk en te algemene motiveringen accepteren. En dat is maar goed ook. De overheid ‘verblijdt’ de belastingbetaler jaarlijks met ongeveer 9 miljoen boetes. Het belang van een ‘deugdelijke motivering’ is groot. Het gaat immers om miljarden euro’s aan boetes. Een zorgvuldige behandeling van uw zaak is het minste wat u mag verwachten.

Daarnaast leven we in een rechtstaat. Rechters dienen hun uitspraken zorgvuldig te motiveren, zodat de gedachtegang duidelijk is en kan worden gecontroleerd. Het zou gek zijn als een officier van justitie die nota bene door enkel door het nemen van een beslissing een boete in stand kan laten, niet een soortgelijke motiveringsplicht heeft. Ook de gedachtegang van de officier moet kenbaar zijn, zodat deze kan worden gecontroleerd.

Ook is er een individueel belang van de beboete persoon. In de eerste plaats, omdat het door de hoge boetes om forse geldbedragen kan gaan. Daarnaast moet men kunnen beoordelen of een eventueel (hoger) beroep bij de rechter de moeite waard is. Als de officier niet precies duidelijk hoeft te maken waarom de boete in stand blijft en kan volstaan met een standaard (onjuiste) afpoeierbrief, dan wordt het belang van de beboete persoon ernstig geschaad. Een goede motivering vermindert het aantal beroepen bij de kantonrechter.

Afsluiting
Wij van Verkeersboete.nl juichen het toe dat de rechter zwaar tilt aan de wettelijke plicht van een officier om adequaat en zorgvuldig te motivering. Wij zien streng toe op naleving van de motiveringsplicht en de rechters in de meeste gevallen gelukkig ook. Motivering van een beslissing kan wat ons betreft niet deugdelijk genoeg zijn.

Deze blog is geschreven door de juristen van Verkeersboete.nl (N.G.A. Voorbach). Geschreven op 26 juli 2017 en geactualiseerd op 31 juli 2017.

1 Hof Arnhem-Leeuwarden 22 februari 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:1517.
2 Hof Arnhem-Leeuwarden 25 februari 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:BZ7140.
3 Hof Arnhem-Leeuwarden 3 december 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:9182.
4 Hof Arnhem-Leeuwarden 9 februari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:946.
5 Hof Arnhem-Leeuwarden 21 september 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:7005.