?

Staandehouding bij verkeersboete


Ik heb laatst een bekeuring ontvangen. Maar ik ben helemaal niet staande gehouden. Mag dat?

Nee, dat mag niet. Als zich een redelijke mogelijkheid tot staandehouding voordoet, dan mag de verbalisant daarvan niet afzien. De verbalisant moet dus een staandehouding verrichten, als deze mogelijkheid zich voordoet. En wat nu als de verbalisant tóch afziet van een staandehouding? Dan is de boete opgelegd in strijd met de wet. De boete wordt dan vernietigd: u hoeft de boete dus niet te betalen.

In een arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden d.d. 25 september 2015 (ECLI:NL:GHARL:2015:7224), werd het volgende door de rechter gezegd:

Deze bepaling moet aldus worden verstaan dat ingeval zich een reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder van het motorrijtuig, waarmee de geconstateerde gedraging is verricht, voordoet, die bepaling buiten toepassing dient te blijven en de sanctie aan die bestuurder dient te worden opgelegd (...).

Een ander zeer duidelijk arrest heeft het Hof Arnhem-Leeuwarden gewezen op 20 juli 2017 (ECLI:NL:GHARL:2017:6268). Het Hof zei:

Naar het oordeel van het hof is niet gebleken dat zich na de constatering van de gedraging geen reële mogelijkheid tot staandehouding van de bestuurder van het motorrijtuig heeft voorgedaan. Dit betekent dat de verbalisant ten onrechte toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in artikel 5 WAHV door de sanctie aan de kentekenhouder op te leggen. Om die reden kan de inleidende beschikking niet in stand blijven.

Juridische onderbouwing voor de fijnproevers

  • Artikel 5 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv);
  • Hof Arnhem-Leeuwarden 15 november 2010, ECLI:NL:GHLEE:2010:BQ2343;
  • Rechtbank Rotterdam 8 augustus 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:7022;
  • Rechtbank Overijssel 23 maart 2016, ECLI:NL:RBOVE:2016:1054.

Deze blog is geschreven door de juristen van Verkeersboete.nl (N.G.A. Voorbach). Geschreven op 16 juli 2015 en geactualiseerd op 27 juli 2017.